Onze kalveren

Historie.
Sinds begin 2000 is de rosékalverhouderij een meer vast segment geworden in de vleesveehouderij. Na de MKZ crisis zochten veehouders naar een alternatief dat qua investering minder geld ging kosten. Veel veehouders zijn in deze tijd overgestapt van de traditionele stierenhouderij naar de rosékalverhouderij.

Herkomst.
Voor de roséhouderij worden voornamelijk stierkalveren gebruikt. Deze stierkalveren komen van melkvee bedrijven uit Nederland en Duitsland. Ook worden kalveren uit Oostbloklanden geïmporteerd.

Verhuizen.
Een stier kalf verhuisd ongeveer 3 keer in zijn leven. Op de melkveebedrijf wordt hij geboren. Als hij 14 dagen oud is verlaat hij zijn geboorteplaats en gaat hij naar een opfok bedrijf. Daar komt hij met leeftijdgenoten in een hok en wordt hij opgefokt tot hij 12 weken oud is. Daarna verhuisd hij naar een afmest stal. Hier wordt hij groot gebracht tot 10 maanden oud. Zijn laatste rit is naar het slachthuis.

Wat doet een kalf de hele dag.
Een stier ligt ongeveer 9 tot 12 uur.
Hij staat/loopt 8 tot 9 uur.
Drink 10 tot 14 liter water.
Hij produceert 5 tot 15 kg poep.
Hij urineert 7 tot 10 keer.
Stoeit met ander stieren ongeveer een uur.
Hij herkauwd 4 tot 9 uur.

Toekomst.
De kansen voor de rosésector zijn erg groot. De wereldbevolking groeit en er zal in eerste instantie meer behoefte zijn naar voedsel. Kalfvlees kan hier perfect op inspelen. Daarnaast is het zo dat de productiewijze, die we in de rosésector toepassen, op een erg diervriendelijke wijze gebeurd. Dat sluit  goed aan bij de wensen van de hedendaagse consumenten. Dit is ook erg belangrijk voor het milieu.